Tekeningen & schilderijen (en nog wat grafiek)

stillevens

Main Content

God schiep de mens naar Zijn beeld en gaf hem daarbij het vermogen te heersen over de dieren. Tot die goede vorm van heersen zijn we niet meer in staat door onze zonden. De goede heersvorm noemt David in Psalm 8: 7. Eén Mens is wel in staat is tot dit goede heersen: Christus, Gods Zoon. Dit toont Paulus aan in Hebreeën 2, waar hij Psalm 8 citeert. David somt in Psalm 8: 8 en 9 op wat onder deze heerschappij valt: "Schapen en ossen, die alle; ook mede de dieren des velds, het gevogelte des hemels en de vissen der zee; hetgeen de paden der zeeën doorwandelt."
Hetgeen de paden der zeeën doorwandelt: híer worden ze genoemd: de kleine, lage schuifelaars die over de bodem van de zee gaan, de zwakke weekdieren in hun schelpen. Te vinden in de diepte. Ze kunnen zich niet verheffen. Deze lage plaats hebben we allen nodig: ons vernederen. Klein zijn en blijven tegenover Gods hoge majesteit: "Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te zijner tijd." (1 Petrus 5: 6).